Paragraaf D Financiering

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf D Financiering - Inleiding

De paragraaf financiering beschrijft de wijze waarop binnen de gemeente Westerveld gelden worden belegd of worden aangetrokken. In deze paragraaf komen achtereenvolgens de ontwikkeling van de schuldpositie, de ontwikkeling van de rente, het schatkistbankieren en het risicobeheer aan bod.

Uitvoering treasurybeleid

Terug naar navigatie - Paragraaf D Financiering - Uitvoering treasurybeleid

We zetten het bestaande treasurybeleid  in 2025 voort. We zorgen ervoor dat er continu inzicht is in de uitgaande en inkomende gemeentelijke geldstromen. De interne sturing is gericht op beperking van de schuldenlast, kostenefficiency, voorkoming van renterisico’s en maatwerkfinanciering. We volgen de ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt. We zorgen voor voldoende liquiditeit en solvabiliteit zodat we zowel op korte als op de langere termijn aan onze financiële verplichtingen kunnen voldoen. We bewaken de houdbaarheid van onze schuldpositie. We trekken alleen dan externe financieringsmiddelen aan als dat met het oog op de uitoefening en financiering van de publieke taak noodzakelijk is. Het rentebeleid in de begroting 2025 en de meerjarenramingen zijn gestoeld op duurzaamheid, financiële stabiliteit en op het voorkomen van budgettaire schommelingen. In 2025 hebben we geen (kasgeld) lening aangetrokken. 

Ontwikkeling van de schuldpositie

Terug naar navigatie - Paragraaf D Financiering - Ontwikkeling van de schuldpositie

Elk jaar inventariseren we onze financieringsbehoefte. Deze wordt vooral bepaald door de investeringen en besteding van de middelen uit de bestemmingsreserve. Omdat het saldo van deze laatste afneemt, daalt de financieringscapaciteit van het eigen vermogen. En daarmee stijgt de externe financieringsbehoefte. Daarnaast zullen door het nieuwe meerjarig onderhoudsplan wegen in de eerste jaren de stortingen in de voorzieningen hoger zijn dan de onttrekkingen waardoor deels kan worden voorzien in een interne financiering. Verder houden we rekening met de ontwikkeling van het resultaat. Zo bepalen we of er nieuwe leningen afgesloten moeten worden, of we eerder kunnen aflossen en of we andere financieringskeuzes willen maken. In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van (bestaande) aangetrokken leningen. De gemeentelijke leningenportefeuille omvat eind 2025 in totaal vijf langlopende leningen met een gezamenlijke omvang van € 10,3 miljoen. 

Lening

Laatste Jaar 

aflossing

Boekwaarde

31-12-2024

Aflossingen

Boekwaarde

31-12-2025

Rente %
BNG 98177 2028 800 200 600 4,77%
BNG 112544 2044 2.400 120 2.280 1,33%
BNG 113821 2025 800 800 0 0,15%
BNG 115758 2047 5.520 240 5.280 2,05%
BNG 116153 2032 2.400 300 2.100 2.76%
Totaal leningen   11.920 1.660 10.260 1,61%
           

De omvang van de vaste schuld van de gemeente is in 2025 als gevolg van reguliere aflossing met bijna € 1,7 miljoen afgenomen ten opzichte van 2024. 

Ontwikkeling schuldpositie

In onderstaande tabel geven we inzicht in de geraamde ontwikkeling van de omvang van de vaste geldlening. Op basis van de huidige inzichten verwachten wij dat de schuldpositie jaarlijks daalt met de aflossingen en hebben wij geen verwachting om op korte termijn nieuwe leningen aan te trekken.

Ontwikkeling schuldpositie (x € 1.000) 2024 2025 2026 2027 2028
Vaste geldleningen 11.920 10.260 9.400 8.540 7.680
Totaal externe financieringsbehoefte 11.920 10.260 9.400 8.540 7.680

Uitstaande leningen

 Er zijn geen andere uitstaande leningen.

 

Rentebeleid

Terug naar navigatie - Paragraaf D Financiering - Rentebeleid

We zetten het bestaande rentebeleid in 2025 voort. Dat beleid is gestoeld op duurzaamheid, financiële stabiliteit en op het voorkomen van budgettaire schommelingen. Het interne rentebeleid en het daaraan gekoppelde rente-omslagstelsel voldoen aan de voorschriften en bepalingen uit het vernieuwde  Besluit Begroting en Verantwoording  (BBV).

Renteverwachtingen 
Het rentepeil op de geld- en kapitaalmarkt is van veel factoren en internationale ontwikkelingen afhankelijk. Het rentepeil heeft in de afgelopen jaren bijzonder laag gestaan, maar mede als gevolg van de geopolitieke ontwikkelingen is de rente de afgelopen periode gestegen en zijn de vooruitzichten onzeker. Aanhoudende spanningen op het geopolitieke speelveld, kunnen zorgen voor stijgende inflatie, wat de rente alleen maar opdrijft.

Renteschema jaarrekening 2025

Terug naar navigatie - Paragraaf D Financiering - Renteschema jaarrekening 2025

De begrotings- en verantwoordingsvoorschriften schrijven voor dat gemeenten de wijze waarop ze de rentelasten aan de gemeentelijke producten, programma’s en projecten toerekenen in de begroting en in de jaarrekening zichtbaar maken. De doelstelling daarvan is het bevorderen van een eenduidige handelswijze met betrekking tot rente door gemeenten (harmonisering), stimuleren dat gemeente de verwachte rentelasten opnemen in de begroting en het eenduidig inzichtelijk maken van de wijze waarop de gemeenten met rente zijn omgegaan (transparantie).
In onderstaand renteschema wordt inzicht gegeven in de rentelasten van de externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rente toerekening.

Renteschema jaarstukken 2025
a. De externe rentelasten voor de korte en lange financiering +/+ 241.269
b. De externe rentebaten voor de korte en lange financiering -/- 259.855
  Saldo rentelasten en rentebaten   -18.586
c1.  De rente die aan de grondexploitatie moet worden toegerekend -/- 0
c2.  De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -/- 65.696
c3.  De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken, die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend.  +/+ 0
  Aan de taakvelden toe te rekenen externe rente   -84.282
d1.  Rente over eigen vermogen +/+ 0
d2.  Rente over voorzieningen +/+ 0
  Aan de taakvelden toe te rekenen externe rente   -84.282
e.  De aan de taakvelden toegerekende rente -/- 0
  Renteresultaat op het taakveld Treasury   -84.282
       

Risicobeheer

Terug naar navigatie - Paragraaf D Financiering - Risicobeheer

Voor de beheersing van de renterisico’s kent de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) een tweetal richtlijnen waar gemeenten zich in de uitvoering van treasurybeleid aan moeten houden. Dat zijn: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Daarnaast stelt de wet beperkingen aan het extern beleggen van overtollige middelen. Dat ligt vast in de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden. 

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet begrenst de omvang van de netto kortlopende schuld van de gemeente. Het geeft het volume aan dat de gemeente maximaal mag invullen met geldleningen met een looptijd korter dan een jaar. Het maximum bedraagt 8,5 % van het begrotingstotaal van de begroting. Op basis van de cijfers in de begroting 2025 bedroeg de norm voor het jaar 2025 € 5,5 miljoen. Bij overschrijding van de kasgeldlimiet moet een vaste geldlening worden aangetrokken of moet gemotiveerd worden waarom hier niet voor is gekozen. In deze begroting ramen we vanwege de additionele financieringsbehoefte een beperkt gebruik van kasgeldleningen. De gemeente mag de kasgeldlimiet niet meer dan drie achtereenvolgende kwartalen overschrijden. Als die situatie zich voordoet moet de gemeente de provincie daarover informeren en een plan aanbieden waarin wordt aangegeven hoe en op welke termijn weer aan de kasgeldlimiet wordt voldaan. Daarvan is door de externe langlopende financiering geen sprake. We maken bij de voorziening in de dagelijkse financieringsbehoefte zo optimaal mogelijk gebruik van de gunstige rentestanden op de geld- en/of de kapitaalmarkt.

Een overzicht van de verwachte ontwikkeling van de netto vlottende schuld ten opzichte van de kasgeldlimiet wordt hierna weergegeven. 

Kasgeldlimiet 2025 Letter Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
Vlottende schulden          
Opgenomen kasgelden < 1 jaar   0 0 0
Totaal Vlottende schulden a 0 0 0
Vlottende middelen          
Tegoeden in rekening courant   266

252

254 254
Courante gelden in kas   6

9

7 6
Totaal Vlottende middelen b 272 261 261  260
Netto vlottende positie (schuld) c=a-b 272 261

261

 260

           
Kasgeldlimiet          
Ruimte (+) c.q. overschrijding  (-) van de kasgeldlimiet g=f-c 5.415 5.426 5.426

5.427

           
Berekening kasgeldlimiet 2025   2025      
Begrotingstotaal (lasten) d 66.900      
Percentage conform de regeling e 8,5%      
Toegestane kasgeldlimiet f=d*e 5.687      
           

Renterisiconorm
De renterisiconorm is het bedrag dat de gemeente in enig jaar maximaal mag (her)financieren. Dit om te voorkomen dat er in enig jaar een te grote concentratie van aflossingen en renteherzieningen op de lopende leningen plaatsvindt en zo het risico van de ontwikkeling van kapitaalmarktrente op de rentelasten van de organisatie te beperken. De renterisiconorm is een bedrag ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal bij aanvang van dat jaar. De norm (wet FIDO) stelt dat per jaar maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking kan komen voor herfinanciering of renteherziening. Gemeenten hebben de plicht om te informeren ten aanzien van het renterisico dat zij over hun vaste schuld lopen.

Onderstaande tabel laat zien dat we binnen de grenzen van de risiconorm blijven. 

Beoordelen risico's Letter 2025 2026 2027 2028
Renterisico: Renteherzieningen a - - - -
Renterisico: Aflossingen b 1.660 860 860 860
Renterisico's c=a+b 1.660 860 860 860
Berekening renterisiconorm          
Begrotingstotaal (totaal lasten) d 66.900 72.776 70.738 69.036
Percentage conform de regeling renterisiconorm e 20% 20% 20% 20%
Renterisiconorm f=d*e 13.380 14.555 14.148 13.807
Toetsing risico's aan de renterisiconorm          
Ruimte binnen (+) c.q.  overschrijding(-) van de norm g=f-c 11.720 13.695 13.288 12.947