De waardering van de activa en passiva vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij de desbetreffende balanspost anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De jaarstukken zijn opgesteld uitgaande van de veronderstelde continuïteit van de gemeentelijke organisatie.
Vaste activa
Afschrijving
Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in de bijlage afschrijvingsbeleid van de Financiële verordening gemeente Westerveld. De afschrijving van activa start bij de ingebruikname van het desbetreffende goed, waarbij als uitgangspunt 1 januari van het jaar na ingebruikname wordt genomen. De afschrijvingsmethodiek is lineair waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde.
De gehanteerde afschrijvingstermijnen bedragen:
Gronden en terreinen 13 – 38 jaar (op grond zelf wordt niet afgeschreven)
Woonruimten 18 – 50 jaar
Bedrijfsgebouwen 13 – 50 jaar
Grond- weg en waterbouwkundige werken 15 – 50 jaar
Overige materiële vaste activa 4 – 25 jaar
Rente
De rente wordt berekend over de boekwaarde per 1 januari.
Immateriële vaste activa
De immateriële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs, verminderd met de ontvangen subsidies en bijdragen van derden, de jaarlijkse afschrijvingslasten en eventuele afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Kosten voor het afsluiten van nieuwe geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.
Materiële vaste activa
Alle materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) of vervaardigingsprijs (de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige directe kosten), verminderd met de ontvangen subsidies en bijdragen derden die direct gerelateerd zijn aan het actief, de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. De naar verwachting duurzame waardeverminderingen van vaste activa zijn onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.
Financiële vaste activa
De financiële vaste activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde, tenzij anders vermeld. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht. Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de waarde van de aandelen daalt tot onder de verkrijgingsprijs zal afwaardering plaatsvinden.
Vlottende activa
Voorraden
Binnen de post voorraden wordt onderscheid gemaakt in de volgende soorten voorraden: grond- en hulpstoffen, onderhanden werk (waaronder bouwgronden in exploitatie), gereed product en handelsgoederen en vooruitbetalingen. De voorziening voor verliesgevende grondexploitaties worden gewaardeerd tegen contante waarden.
Grond- en hulpstoffen
De grond- en hulpstoffen worden gewaardeerd tegen standaard verrekenprijzen die zijn gebaseerd op de gemiddeld betaalde inkoopprijs. Verschillen tussen de standaard verrekenprijs en betaalde inkoopprijs worden als resultaat verantwoord.
Onderhanden werk
De als ‘onderhanden werken’ opgenomen bouwgronden in exploitatie zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingprijs dan wel de lagere marktwaarde. De vervaardigingprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijp maken), alsmede een redelijk toegerekende rente.
Winsten uit de grondexploitatie worden slechts genomen indien en voor zover die met voldoende mate van betrouwbaarheid als gerealiseerd aangemerkt kunnen worden. Voor het bepalen daarvan geldt de verplicht voorgeschreven methode van percentage of completion (POC-methode). Zolang er geen sprake is van een tussentijdse winstneming worden de verkregen verkoopopbrengsten ten volle op de vervaardigingskosten in mindering gebracht.
Gereed product en handelsgoederen
Gerede producten worden gewaardeerd tegen de kostprijs of tegen de marktwaarde indien de marktwaarde lager is dan de kostprijs. Dat laatste doet zich vooral voor indien voorraden incourant worden. De kostprijs bestaat uit de verrekenprijzen van grond- en hulpstoffen en de loon- en machinekosten die aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend.
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
Hieronder vallen onder andere de uitgeleende gelden en vorderingen met een rentetypische looptijd van korter dan één jaar.
Vorderingen (debiteuren)
De vorderingen en schulden zijn statisch bepaald en gewaardeerd tegen nominale waarde. In de financiële verordening is bepaald dat voor de vorderingen een voorziening wegens oninbaarheid wordt gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid (de zogenaamde individuele toets). Voor openstaande vorderingen betreffende onroerendezaakbelastingen, rioolheffing en afvalstoffenheffing wordt, met uitzondering van individuele vorderingen groter dan € 50.000, een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage van oninbaarheid.
Schatkistbankieren en drempelbedragen
In principe dienen alle overtollige middelen in de Rijks schatkist te worden aangehouden. Het zogenaamde drempelbedrag is hierop een uitzondering. Het drempelbedrag is een minimumbedrag (afhankelijk van het begrotingstotaal van de gemeente) dat gemiddeld per kwartaal buiten de schatkist mag worden gehouden. Dit bedrag staat verantwoord op de rekeningcourantverhouding met het Rijk.
Liquide middelen
Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen.
Vaste passiva
Eigen vermogen
Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves. Het gerealiseerde resultaat, volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening, is op de balans ook gepresenteerd onder het eigen vermogen. Bij de vaststelling van de jaarrekening wordt dit bedrag bestemd. Conform het advies van de commissie BBV vindt er geen rentetoerekening plaats aan de reserves.
Voorzieningen
Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichtingen of, dan wel het voorzienbare verlies. Rentetoerekening aan voorzieningen is wettelijk niet toegestaan tenzij de waardering tegen contante waarde is of voorzieningen als gevolg van bijdragen van derden dit verplicht stellen. Bij de gemeente Westerveld is daarvan sprake bij de voorziening aangaande de pensioenverplichtingen ten behoeve van de voormalig wethouders. Deze is tegen de contante waarde van de toekomstige uitkeringsverplichtingen gewaardeerd.
Vaste schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben van oorsprong een rente typische looptijd van één jaar of langer.
Vlottende passiva
De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
Borg- en garantstellingen
Voor zover leningen door de gemeente gewaarborgd zijn, is buiten telling het totaalbedrag van de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen. In de toelichting op de balans is nadere informatie opgenomen.